Wat nu: Bureaucratie naar 0% en dan Transformatie vanuit de inhoud

Om de huidige chaos in de jeugdzorg te overwinnen, en weer ruimte te maken voor het behandelen van kinderen moeten er twee dingen gebeuren.

1 Het eerste is dat de bureaucratie, die vorig jaar al 25% (GGZ Nederland) bedroeg en in 2018 richting 35% zal gaan, moet stoppen. Dit kan door een kinderlijk eenvoudige financiering van de gehele specialistische jeugdzorg. Net als bij een simpele belastingwet de meeste belastinginspecteurs onnodig zijn, moet een simpele financiering ervoor zorgen dat de behandelaar weer kan behandelen, en de instellingen behandelend personeel (als dat nog te vinden is) kunnen aannemen in plaats van de administratieve krachten. En wie weet vallen de miljoenentekorten van veel gemeenten zo ook nog mee.

2 Het tweede is dat de transformatie niet vanuit bezuinigen en ‘ontzorgen’ gedreven moet zijn, maar vanuit de inhoud. Zo kunnen we het goede van de decentralisatie behouden.

In de transformatie-fase van de jeugdwet is het de bedoeling dat gemeenten deze samenwerking gaan sturen, naar de behoefte die gemeenten signaleren. Maar, als er al gesproken kan worden van een enkele gemeente met een ‘visie’, dan moet in ieder geval vastgesteld worden dat een dorp ernaast gerust een geheel andere ‘visie’ kan hebben. Er is in ieder geval geen geval sprake van een samenhangende visie op jeugdzorg. Bovendien overheersen begrippen als ‘bezuinigen’ en ‘ontzorgen’. En dat we niets moeten verwachten van gemeenten en centrale overheid, als het gaat om het ontwikkelen van een goede visie is zo langzamerhand wel duidelijk (Zie: deze jeugdwet is failliet). Het is daarom de hoogste tijd voor een echte visie, die helpt bij een transformatie vanuit de inhoud om het goede van de jeugdwet te behouden. Dit is een poging die inhoud te bieden.

Transformatie vanuit de inhoud

Jeugdzorg is te beschrijven als een netwerk van een aantal sectoren (bv. jeugdhulp, (open en gesloten) jeugdzorg, kinderpsychiatrie, Verstandelijk beperkten sector) die onder de jeugdwet vallen. Maar er zijn ook belangrijke instellingen/sectoren die erbuiten vallen, zoals scholen, Jeugdgezondheidszorg (GGD), Thuiszorg, Justitie en dergelijke, maar toch een belangrijke functie hebben.

Dit netwerk kan worden beschouwd als een pyramide, waarvan de basis gevormd wordt door het netwerk op het niveau van het kind (gezin, wijk, school), en de top van de pyramide de meest gespecialiseerde vorm van hulp die dan ook het verst van de natuurlijke omgeving van het kind af staat. Idealiter is een netwerk geordend vanuit de essentiële kenmerken van het probleem. Hieronder beschrijf ik een aantal voorbeelden van probleemgeoriënteerde netwerken die samen de essentiële organisatie van het netwerk vormen.

De voorbeelden die ik hier noem zijn niet uitputtend, en ongetwijfeld voor verbetering vatbaar. Maar met alle betrokken partijen in de jeugdzorg kunnen we komen tot een aantal netwerken, waarbij de noodzakelijke onderdelen beschreven worden. En zo komen tot een essentieel netwerk waarbij de inhoud van de problematiek centraal staat, en niet bezuinigingen of vergankelijke ideeën zoals ‘ontzorgen’.

 

Netwerk zelfbeschadiging en zelfmoord

Essentieel bij het Zelfmoord-preventie netwerk is het gegeven dat ongeveer 50% van de mensen die zelfmoord pleegt, dit doet zonder in behandeling te zijn. Deze moeten dus op tijd in beeld komen. Aan de basis van de pyramide staat dus dit netwerk, aan de top staat de (gesloten) kinderpsychiatrische behandeling (BOPZ).

Een voorbeeld van dit netwerk is de verbinding van Supranet met de kinderpsychiatrie middels een regionale telefonische jeugdcrisisdienst. (Supranet is een initiatief van 113, de telefonische zelfmoord hulplijn). Supranet vangt de signalen van (dreigende) zelfmoord op vanuit de gemeenschap door een zogenaamd Community Network. Vanuit de GGD worden leerkrachten, politieagenten en sport-trainers getraind in het signaleren en bespreken van zelfmoordgedachten. Een ‘Gatekeeper’ zorgt ervoor dat de kennis scherp wordt gehouden en het proces over de tijd niet verwatert. Deze signalen moeten vervolgens doorgegeven worden aan een regionale telefonische jeugdcrisisdienst. Deze filtert (triage) de aanmelding en legt de verbinding met een crisisdienst van de kinderpsychiatrie, LVB en/of jeugdzorg. Een directe lijn dus vanuit de gemeenschap tot aan de specialist.

Essentiële onderdelen van dit netwerk zijn het Community Network (113), de regionale telefonische jeugdcrisisdienst en crisisdienst van de kinderpsychiatrie. Bij de Transformatie vanuit de inhoud wordt dus een regionale crisistelefoon opgezet als essentiële knoop in het netwerk.

 

Eenzelfde opzet kan bij andere klachten en problemen worden toegepast. Hier volgen enkele voorbeelden:

Netwerk ernstige gedragsproblemen en agressie:

Aan de basis van de pyramide staan meldingen vanuit school, politie/HALT, Wijkteams en ouders zelf (vroegsignalering). De top van de pyramide wordt gevormd door de Justitiële Jeugdinrichtingen en de Gesloten Jeugdzorg (Plus). Essentieel kenmerk van ernstige gedragsproblemen en agressie is de ‘lifetime persistency’: agressief gedrag is vaak al zichtbaar op jonge leeftijd en zeer hardnekkig over de jaren. Bovendien is de motivatie voor begeleiding en behandeling vaak laag. Van belang is dus dat er een langdurige begeleiding plaatsvindt door een vaste jeugdhulpcoach, die een constante factor wordt en het contact niet afsluit na het beantwoorden van de actuele hulpvraag. Een constante vertrouwenspersoon kan de drempel voor het accepteren van hulp verlagen en escalatie voorkomen. Vrijwel alle ketenpartners (kinderpsychiatrie, LVB, reclassering etc) worden op enig moment wel een tijdje betrokken bij het kind met ernstige gedragsproblemen en agressie.

Essentiële onderdelen van dit netwerk zijn dus de vroegsignalering, de jeugdhulpcoach als constante begeleider en Jeugdzorg Plus en JJI.

 

Netwerk opvoedingproblemen

Aan de basis van de pyramide staan signalen die opgevangen worden vanuit school, jeugd/schoolarts en huisarts, Wijkteams en ouders zelf. De top van de pyramide wordt gevormd door de Pleegzorg en instellingen voor Open en Gesloten Jeugdzorg. Essentieel hierbij is het bieden van een passende interventie, evaluatie hiervan en heldere beslismomenten in de overgang tussen vrijwillige hulpverlening en dwang (OTS).

De ingezette familie-interventies (bv PMTO) moeten geëvalueerd worden. Indien er een bedreigde opvoedingssituatie blijft moeten de jeugdhulp, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming (in de vorm van een ‘Beschermingstafel’) besluiten of het vrijwillig kader plaats moeten maken voor dwang. Kinderpsychiatrische consultatie zou hierbij een zeer belangrijke rol kunnen en moeten spelen.

Essentiële onderdelen van dit netwerk zijn vroegsignalering, de Beschermingstafels (met psychiatrische consultatie) en de Pleegzorg en instellingen voor Open en Gesloten Jeugdzorg.

 

Netwerk eetstoornissen

Denk bijvoorbeeld aan anorexia en overgewicht. De eerste signalen (onzekerheid, perfectionisme) hiervan kunnen bij meisjes tussen de 8-14 jaar al worden gehoord. In de klas, bij de huisarts, schoolarts, op de sportclub of balletklas. Vervolgens moeten de eerste signalen gewogen (triage) worden en moet psychiatrische diagnostiek plaatsvinden, vaak in samenwerking met een kinderarts.

Aan de basis van de pyramide staan meldingen vanuit school, jeugd/schoolarts en huisarts, Wijkteams en ouders zelf. De top van de pyramide wordt gevormd door de 3e-ljns Anorexia en Obesitas behandelingen. Essentieel hierbij is het chronisch karakter van eetstoornissen, waarbij schaamte en ontkenning een belemmerende rol spelen. Een belangrijke constante factor is hierbij de vertrouwde huisarts, POH en de kinderpsychiatrie om beloop en behandeling over de jaren in de gaten te houden.

Essentiële onderdelen van dit netwerk zijn vroegsignalering, de langdurige begeleiding en monitoring door de huisarts (POH) en de 2e en 3e-lijns behandelcentra.

 

In principe kunnen zo een onbeperkt aantal netwerken, uitgaande van een probleem, klacht of een diagnose, uitgewerkt worden. Elk netwerk heeft zijn eigen essentiële knooppunten. Al deze knooppunten samen vormen de ruggengraat van een transformatie die gebaseerd is op de inhoud. De financiering moet dit ondersteunen. De bureaucratie moet het niet meer in de weg staan.